Wat staat er op dertig bureau-homepages?
Op 29 september 2026 telden we de koppen van dertig Nederlandse bureau-homepages. Per homepage noteerden we letterlijk de paginatitel en de hoofdkop, de H1, want daar begin je als je een branding bureau kiest en twintig tabbladen open hebt. Bij eenentwintig van de dertig staat bureau, agency of studio in de kop, vaak als deel van de naam. Vier voeren letterlijk "branding bureau". Twee zetten het woord strategie in hun kop, terwijl tweeëntwintig het ergens anders op dezelfde homepage wel noemen.
De dertig zijn geen dwarsdoorsnede van de markt. Naar onze eigen indeling zijn twaalf van de dertig geen merkbureau of branding bureau, maar specialisten in e-commerce, marktplaatsen, webbouw, marketing, reclame of beeld. Die kwamen binnen via onze concurrentenlijst, en die lijst stamt uit de jaren dat wij ons een e-commercebureau noemden. Lees elk getal hieronder dus als "van deze dertig", niet als "van alle bureaus".
De meeste koppen vertellen je in welk schap een bureau staat. Waarom je juist dit bureau zou kiezen, staat er zelden in. Dat is geen oordeel over het werk van die bureaus. Het is een telling van wat er op een datum stond, met een methode die je op je eigen lijst kunt herhalen.
Eerst iets over ons eigen belang, want dat hoort bovenaan. Sinds begin september noemen wij onszelf in onze paginatitel een merkbureau. We begonnen deze telling op 11 september om dat woord te onderbouwen, en de eerste uitkomst was dat geen enkel ander bureau in de lijst het in zijn kop voert. Dat was precies wat we wilden horen. Het bleek te rusten op twee gaten in onze eigen meting.
Hoe we geteld hebben, en welke twee gaten de eerste telling had
Op 11 september 2026 hebben we drieëndertig bureau-homepages opgehaald. De selectie: bureaus uit onze eigen concurrentenlijst, aangevuld met een deel van de namen die die ochtend bovenaan Google stonden op drie zoekwoorden: "branding bureau", "huisstijl laten ontwerpen" en "merkidentiteit laten ontwerpen". Niet elke naam uit die toplijsten staat in de dertig; ook dat was een keuze. Dertig pagina's gaven leesbare tekst terug. Per pagina noteerden we de paginatitel en de H1, en we telden of een woord erin voorkwam, ook als deel van een samengesteld woord zoals ontwerpbureau. Bedrijfsnamen tellen mee zoals ze in de kop staan.
Op 29 september hebben we dezelfde lijst opnieuw opgehaald, dit keer met de kenmerken van een gewone browser, en ter controle nog een keer in een echte browser. Eén pagina laadde in de browser niet binnen de tijd; daar geldt de broncode. Beide versies bewaren we, met tijdstip.
Het eerste gat: drie sites vielen op 11 september af. Twee weigerden ons verzoek omdat ons script zich niet als browser voordeed, de derde gaf een lege pagina terug. Met de browserkenmerken van 29 september kwamen de twee weigeraars wel binnen. Het verschil zat dus in onze methode, niet in hun sites. De ene is een food- en productfotograaf. De andere voert merkbureau als eigen naam en zet strategie in zijn paginatitel. Het derde domein verwijst inmiddels door naar een bouwbedrijf. Binnen de dertig blijft het aantal merkbureaus op nul. Maar een telling die de enige treffer mist omdat het eigen script werd tegengehouden, mag niet "nul" in de titel zetten.
Het tweede gat zit in de selectie. We zochten via "branding bureau" en twee andere zoekwoorden, niet via "merkbureau". Wie zich zo noemt, had minder kans om in de lijst te komen. De nul zegt daarom iets over wie er op "branding bureau" staat, en weinig over hoeveel bureaus in Nederland zich merkbureau noemen. Volgens de zoekwoorddata die we begin september lieten ophalen, wordt "branding bureau" ruim drie keer zo vaak gezocht als "merkbureau". In diezelfde data ligt de moeilijkheidsscore om op "merkbureau" te scoren veel hoger. Het woord ligt dus niet vrij; alleen voert niemand uit onze lijst het in zijn kop.
De les voor wie zelf telt: een site die je script tegenhoudt, bestaat nog steeds, en een lijst die je via één zoekwoord opbouwt, meet vooral dat zoekwoord. Hetzelfde principe, eerst de bron openen en dan pas tellen, gebruiken we bij cijfers van anderen, zoals in merkcijfers nagelopen in de bron.
We hebben onszelf met dezelfde meetlat gemeten. De paginatitel van onze homepage begint met onze naam en zegt daarna "merkbureau voor strategie, design en technologie". De H1 begint met "Oase Creative bouwt merken die kloppen" en noemt in de tweede helft strategie. Beide zijn gelijk aan 11 september. Waarom wij dat woord kozen, schreef Louie op in waarom we geen e-commerce bureau meer heten. Die keuze lag vast voordat we gingen tellen; de telling was bedoeld om haar te onderbouwen, en dat lukte maar half.
Wat is er tussen 11 en 29 september verschoven?
Vier van de dertig bureaus hebben tussen 11 en 29 september hun paginatitel of hoofdkop inhoudelijk veranderd. Twee andere hebben nu een hoofdkop die als tekst uit de broncode te halen is, en op 11 september niet; of daar iets aan de tekst veranderde of alleen aan onze manier van ophalen, kunnen we niet vaststellen. Op nog twee pagina's zien we een tweede H1 die we op 11 september niet noteerden, omdat we toen alleen de eerste opschreven. De overige verschilden hooguit een spatie of een aanhalingsteken.
| Soort bureau | Wat veranderde | Op 11 september | Op 29 september |
|---|---|---|---|
| E-commerce-agency | hoofdkop | een opsomming van kanalen en klanttypen | noemt zichzelf een strategische partner |
| Specialist in marktplaatsen | paginatitel | naam plus twee diensten | een categoriewoord plus een belofte over maatwerk |
| Studio voor identiteit en web | titel en hoofdkop | een zin over ambitie | een zin over de klant die wil opvallen |
| Creatief bureau | titel en hoofdkop | noemde zichzelf strategisch | noemt zijn diensten, geen hoofdkop meer in de broncode |
Beide keren noemen twee van de dertig strategie in hun kop, maar het zijn niet dezelfde twee. Het creatieve bureau haalde "strategisch" uit zijn titel, de e-commerce-agency zette "strategische" in zijn hoofdkop. Eén studio noemt strategie op beide dagen, in titel en kop. Bij aantallen van twee is dat een verschuiving van één bureau, geen trend.
De vier koppen die letterlijk "branding bureau" voeren, zijn niet veranderd. Drie van die vier stonden op 29 september in de bovenste zes van Google op precies dat zoekwoord, volgens onze eigen dagelijkse positiescan. De vierde stond er op 11 september nog wel in. Op de tweede plek stond een bureau dat de letterlijke term niet in zijn kop voert. Je kunt dus niet zeggen dat de term de positie oplevert.
Voor wie een bureau kiest, volgen daar twee dingen uit. Een kop is een werktekst: bureaus schuiven ermee, soms binnen weken. En een vergelijking zonder datum zegt weinig. Maak een schermafbeelding of noteer de tekst met de dag erbij, anders vergelijk je volgende maand iets anders dan je denkt.
Twee van dertig zetten strategie in de kop, tweeëntwintig op de pagina
Eerst waarom we het woord strategie überhaupt tellen: wij zetten het zelf in onze kop. De vraag komt dus uit ons eigen belang, en de uitkomst mag je niet lezen als "wie strategie in de kop zet, is beter". Wat de telling laat zien: tweeëntwintig van de dertig homepages noemen strategie, of het Engelse woord ervoor, ergens in de broncode van de pagina. Dat kan het menu zijn, een dienstenblok of de voettekst. Twee zetten het in de titel of de hoofdkop.
Een verklaring hebben we niet gemeten, wel een vermoeden. De kop wordt geschreven voor het zoekvak, en daar zoekt een koper op een soort bureau, niet op een werkwijze. Google stelt de titel van een zoekresultaat samen uit onder meer de title-tag, de grootste zichtbare kop en koppen zoals de H1. Wie op "branding bureau" gevonden wil worden, zet dat woord waarschijnlijk in zijn titel, en strategie schuift naar het blok eronder, als eerste stap in een werkwijze.
Klopt dat vermoeden, dan vertelt de kop je vooral op welk zoekwoord een bureau gevonden wil worden. Wat het verkoopt, staat een laag dieper. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang je weet waar je moet kijken.
Zegt een bureau op de homepage dat elk traject met strategie begint, vraag dan wat die fase oplevert. Een document, een workshop, of een zin over je positionering die je daarna overal terugziet? Hoe lang duurt het en wie doet het? Kan een bureau dat in één gesprek beantwoorden, dan bedoelt het er iets mee. Waarom een merk meer is dan het zichtbare deel, schreven we eerder in branding is geen logo.
Onze telling ziet het verschil niet tussen een bureau dat strategie als losse dienst verkoopt en een bureau dat het woord in een opsomming van zeven diensten laat meelopen. We tellen woorden, geen betekenis. Dat verschil vind je alleen als je doorklikt.
Vier soorten koppen, en welke vraag je bij elke soort stelt
Een homepage-kop doet grofweg een van vier dingen. Hij plakt een etiket op het bureau, hij somt diensten op, hij noemt een doelgroep of hij belooft iets. We hebben de dertig koppen niet in deze vier soorten ingedeeld. De indeling hieronder is een leeshulp, geen meting.
| Soort kop | Wat hij je vertelt | Hoe hij eruitziet | Welke vraag je stelt |
|---|---|---|---|
| Etiket | in welk schap het bureau staat | soort bureau, soms met een stad | voor wie werken jullie het vaakst? |
| Dienstenrij | wat ze maken | drie of vier diensten achter elkaar | welke van deze diensten is jullie kern? |
| Doelgroep | voor wie ze werken | een klantgroep in een paar woorden | hoor ik daarbij, en welke cases horen erbij? |
| Belofte | waar je ze aan kunt houden | een eigenschap van het werk of de prijs | waar kan ik dat controleren? |
Een etiket is niet fout. Het is alleen weinig. "Branding bureau" zegt dat je op de goede plek bent, en in onze telling voeren vier bureaus letterlijk die term. Een etiket helpt je van honderd naar dertig bureaus, niet van dertig naar drie.
Een doelgroep in de kop kwam in onze telling bij zeven van de dertig voor. Dat getal is onze eigen codering, geen woordtelling: we keken of de kop met zoveel woorden een klantgroep noemt. Vier van die zeven horen bij de specialisten, in e-commerce, productbeeld en webbouw, en die noemen hun klant vaak al in de naam van hun dienst. Bij de merkbureaus en branding bureaus in de lijst is een doelgroep in de kop zeldzamer. Zo'n kop neemt een risico, want wie zich er niet in herkent, klikt weg. Juist daarom zegt hij meer.
Beloftes hebben we niet geteld. De grens tussen een belofte en een slogan is een oordeel, en dat laten we aan jou. Wat je met een belofte doet, is wel duidelijk: een belofte over maatwerk leg je naast drie cases, een belofte over prijs naast een offerte. Een belofte die je nergens kunt controleren, weegt niet mee.
Jakob Nielsen schreef in 2011 dat je je waardepropositie binnen tien seconden duidelijk moet maken als je iemand minutenlang op je pagina wilt houden. Hij had het over webpagina's in het algemeen, niet over koppen. Wij lezen het zo: op een homepage is de kop de eerste plek waar die tien seconden worden besteed.
De wisseltest: past de zin ook op een ander logo?
De eenvoudigste test die we kennen: dek de bedrijfsnaam af en lees de kop. Past hij ook op de homepage van drie andere bureaus in je lijst? Dan zegt hij iets over de categorie, niet over dit bureau.
Probeer het met de vier koppen die letterlijk "branding bureau" voeren. Haal de namen weg en drie van de vier zijn onderling uit te wisselen. De vierde noemt ook een klantgroep, en die ene toevoeging is genoeg om hem te onderscheiden. Dat is geen kritiek op die bureaus; een categoriewoord in je titel is een begrijpelijke keuze als je op dat woord gevonden wilt worden. Maar voor jou als koper is het geen informatie. Je wist al dat je een branding bureau zocht.
Koppen die de test doorstaan, beschrijven vaak de klant of zijn situatie in plaats van het bureau. Je kunt het er niet mee eens zijn, maar zo'n zin past niet op elk logo.
Een tweede patroon uit de telling: zeven van de dertig homepages hebben geen H1 met tekst in de broncode. Bij één staat er alleen een logo in, bij de andere zes is er geen. Dat betekent niet dat er geen kop te zien is. Soms staat de zichtbare hoofdzin in een ander element, bijvoorbeeld een H2. Voor een bezoeker maakt dat weinig uit; voor een zoekmachine of een AI-assistent die de pagina leest, kan het een aanwijzing minder zijn over waar de pagina om draait. MDN, de naslag van Mozilla voor webontwikkelaars, zegt dat een pagina in het algemeen één H1 heeft die de inhoud van de pagina beschrijft. Wij lezen dat voor een homepage als de zin waarmee je jezelf voorstelt.
Voor de ondernemer die kiest, betekent de wisseltest iets praktisch. Streep bureaus niet weg omdat hun kop generiek is. Gebruik de test om te bepalen welke vraag je in het eerste gesprek stelt. Een bureau met een etiket-kop vraag je voor wie ze het vaakst werken. Een bureau met een doelgroep-kop vraag je of jij daarbij hoort.
Zo tel je het zelf in een uur
Je hebt geen script nodig. Een browser, een spreadsheet en een uur zijn genoeg voor tien tot twintig bureaus. Wie er dertig wil, trekt wat meer tijd uit.
1. Maak je lijst. Zoek op de woorden die jij zou intypen, bijvoorbeeld "branding bureau" plus je stad, "merkbureau" en "huisstijl laten ontwerpen". Gebruik meer dan één zoekwoord, anders meet je vooral dat ene woord; dat was ons tweede gat. Noteer de bureaus uit de eerste tien resultaten en vul aan met namen die je al kende of die je aangeraden zijn. Laat vergelijkingssites en gidsen weg; je telt bureaus, geen lijstjes.
2. Noteer de paginatitel. Die staat in je tabblad, maar vaak afgekapt. De volledige tekst vind je via rechtermuisknop, "Paginabron weergeven", en dan zoeken op <title>.
3. Noteer de hoofdkop. Zoek in dezelfde paginabron op <h1 en schrijf de tekst over. Vind je niets, schrijf dan "geen H1" en noteer apart welke zin een bezoeker als grootste kop ziet. Dat zijn twee verschillende dingen, en wie ze door elkaar haalt, kan zijn uitkomst niet naast de onze leggen.
4. Zet er de datum bij. Elke regel krijgt de dag waarop je keek.
5. Tel. Maak kolommen voor de woorden die je wilt volgen: woorden voor het soort bureau, zoals bureau, agency en studio; vakwoorden als branding, design en web; strategie; en een kolom "noemt klantgroep", ja of nee. Die laatste kolom is een oordeel. Schrijf op waarom je ja invult, dan kan iemand anders het naspelen.
6. Doe de wisseltest. Dek per regel de naam af en markeer de koppen die op een ander logo passen.
Een regel uit je spreadsheet ziet er dan zo uit. Als voorbeeld nemen we onszelf, gemeten op 29 september:
| Bureau | Datum | Paginatitel | H1 | Categoriewoord | Strategie | Noemt klantgroep |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Oase Creative | 29-09-2026 | naam plus "merkbureau voor strategie, design en technologie" | "Oase Creative bouwt merken die kloppen", met strategie in de tweede helft | ja (merkbureau) | ja | nee |
Drie valkuilen die wij zelf tegenkwamen. Sommige sites weigeren een script maar tonen zich wel in je browser; tel die met de hand mee. Sommige koppen bestaan uit losse woorden die na elkaar in beeld schuiven; in de broncode staan ze dan soms meerdere keren achter elkaar. En sommige pagina's hebben meerdere H1's; beslis vooraf of je alleen de eerste noteert of allemaal, en houd je daaraan.
Wil je weten hoe een kop er eerder uitzag, dan bewaart het Internet Archive van veel homepages oude versies. Zo zie je of een bureau vaak schuift of al jaren dezelfde zin voert.
Welke vraag stel je bij welke kop als je een branding bureau kiest?
De kop is een filter, geen bewijs. Gebruik hem om van een lange lijst een korte te maken, en laat wat de kop níét zegt bepalen welke vragen je in het gesprek stelt.
Noemt de kop geen klantgroep, vraag dan welke drie klanten het meest op jou lijken en vraag om die cases. Een bureau dat zegt voor iedereen te werken, heeft vaak wel een zwaartepunt; het staat alleen niet op de homepage. Noemt de pagina strategie maar de kop niet, vraag wat de strategiefase oplevert en of je die los kunt afnemen. Het antwoord vertelt je of strategie een product is of een woord in een opsomming. En belooft de kop iets, vraag waar je dat kunt controleren.
Hetzelfde principe gebruikten we eerder bij een heel andere markt, in AI-consultant inhuren: zo scheid je de echte aanbieders van de rest. Ook daar zegt de homepage weinig en het eerste gesprek veel.
Let ook op het omgekeerde. Een bureau met een scherpe, eigen kop is nog geen goed bureau. Het heeft alleen een keuze gemaakt over hoe het gevonden wil worden. Of het werk daarbij past, zie je aan de projecten en aan de mensen die het doen. Waarom de goedkoopste of meest generieke optie zelden het verschil maakt, beschreven we in positionering: goedkoop is niet genoeg.
Een laatste punt, en dat is een waarschuwing over ons. Wij zijn een van de bureaus waar je tussen kiest. Neem dit artikel dus als een methode en niet als een advies over wie je moet nemen, en leg ons langs dezelfde lat als de rest.
En als je zelf een bureau runt?
Leg je eigen kop naast die van de bureaus waar je tegenover staat en stel dezelfde vragen. Zegt hij wat je bent, voor wie je werkt, of wat je belooft? Doorstaat hij de wisseltest? Heeft je homepage een H1 met tekst, of staat je hoofdzin in een element dat daar niet voor bedoeld is?
Kijk ook naar hoe druk je categoriewoord is. In onze telling voeren vier bureaus letterlijk dezelfde term, en drie van hen staan in de bovenste zes van Google. Wie dat woord ook kiest, kiest een kop die op de hunne lijkt. Uitwijken naar een woord waar in je eigen lijst niemand op staat, is geen oplossing op zich. Zoals het merkbureau-voorbeeld laat zien, kan zo'n woord minder gezocht en toch lastig te winnen zijn.
Een kop is bovendien geen positionering. Positionering is een keuze die je bureau ook laat zien in de klanten die het aanneemt en in de klanten die het weigert. De kop is de zin die daarvan op de voorpagina belandt. Een nieuwe kop zonder die keuze eronder is een nieuw etiket. Hoe dat werkt als ook AI-assistenten je merk samenvatten, beschreven we in merkpositionering voor AI-agenten.
Verander je je paginatitel, reken dan op een effect in Google. De titel is een van de bronnen waaruit Google de titel van je zoekresultaat maakt. Wat een naamswijziging met je vindbaarheid kan doen, maten we bij zes domeinen in rebranden zonder je SEO te slopen.
Ons eigen voorbeeld staat in de tabel hierboven, gemeten zoals de rest. Onze titel noemt merkbureau en strategie, onze H1 noemt strategie. Een klantgroep noemen ze geen van beide. Volgens onze eigen lat is dat een gat, en we laten het hier staan zoals het op 29 september online stond.
Wat deze telling niet zegt
Het is een kleine, zelfgekozen groep. Dertig bureaus uit onze concurrentenlijst en uit de toplijsten op drie zoekwoorden, zonder een zoekopdracht op "merkbureau". Twaalf daarvan zijn naar onze indeling geen merkbureau of branding bureau. Dat is geen dwarsdoorsnede van alle Nederlandse bureaus, en bureaus die zich op strategie profileren kunnen er door die selectie juist ontbreken.
We tellen woorden, geen betekenis en geen kwaliteit. Een bureau zonder H1 kan uitstekend werk leveren. Een bureau met een scherpe kop kan tegenvallen. Deze telling zegt alleen iets over de eerste zin waarmee een bureau zich voorstelt.
Twee van de getallen zijn een oordeel en geen woordtelling: welke kop een klantgroep noemt, en welk bureau we tot de specialisten rekenen. Iemand anders kan daar net anders uitkomen.
Het is een momentopname. Tussen 11 en 29 september veranderde bij vier van de dertig de kop. Over een maand ziet deze tabel er weer anders uit. Daarom is de methode belangrijker dan de uitkomst.
En we zijn zelf een bureau. We willen op dezelfde zoekwoorden gevonden worden, en we kozen onze eigen kop voordat we gingen tellen. Daarom noemen we geen namen, geven we geen smaakoordeel en zetten we onszelf in dezelfde tabel. De namen van de dertig publiceren we niet. De methode wel, zodat je hem op je eigen lijst kunt herhalen.
Wil je zien wat er onder onze eigen kop zit, bekijk dan wat we doen en hoe we merkpositionering en branding aanpakken. Heb je je eigen kop geteld en wil je weten hoe jouw merk in zo'n rij staat, plan dan een gesprek.
