Ga naar inhoud

Kennisbank

AI-interfaces halen 29% van de toegankelijkheidseisen

Louie Valkhof
Louie Valkhof
16 min leestijd
Isometrische 3D-generator die schermlagen uitspuwt op een donker raster met regenboog rim-lighting

Hoe toegankelijk is een interface die AI voor je maakt?

Voor 29 procent. Dat is geen schatting maar een meting: in een vergelijkend onderzoek dat op 13 april 2026 werd gepubliceerd op de Web for All-conferentie van de ACM lieten 54 designers eerst met de hand ontwerpen maken in Figma en daarna vergelijkbare ontwerpen genereren met zes AI-tools. Over vijf WCAG-succescriteria legden de onderzoekers 21.880 losse oordelen over toegankelijkheid aan. De AI-output haalde 29,0% compliance.

Het opvallendste zit niet in dat cijfer maar in welke criteria het slechtst scoorden. Kleurcontrast, het meest mechanisch controleerbare criterium dat er bestaat, kwam uit op 26,8%. Het criterium over gebruik van kleur als enige informatiedrager op 19,2%. Juist de regels die een computer in milliseconden kan narekenen, worden door de generator het vaakst overtreden.

En dan de bevinding die de meest gebruikte oplossing onderuithaalt. De onderzoekers schrijven dat het expliciet opnemen van toegankelijkheidseisen in de prompt de compliance verlaagde in plaats van verhoogde. "Maak het toegankelijk" in je opdracht zetten maakt de uitkomst niet beter.

Dit artikel gaat over de oorzaak, niet over de wet. Wat de European Accessibility Act sinds 28 juni 2025 van je eist, wie is vrijgesteld en hoe de ACM handhaaft, staat in ons artikel over de toegankelijke webshop en de WCAG-wet. Hier kijken we naar iets anders: waarom het web voor het eerst in zeven jaar meetbaar slechter wordt terwijl bouwen goedkoper wordt, wat er precies misgaat in de generatielaag, en wat je in plaats van een widget doet.

Wat het W4A-onderzoek precies mat, en wat niet

De opzet is de reden dat dit onderzoek meer waard is dan de zoveelste tooltest. Dezelfde 54 designers deden allebei de taken. Eerst handmatig in Figma, daarna genererend met zes AI-tools. Dat maakt het een gecontroleerde vergelijking van hetzelfde vakmanschap in twee modaliteiten, en niet een vergelijking tussen goede designers en een slechte robot.

De uitkomst gaat verder dan de compliance-score. Deelnemers rapporteerden dat 39% van de fouten in de AI-output een ingrijpende herontwerpronde vergde om te herstellen, tegen 22% bij het handwerk. Dat is de zin die een projectbegroting raakt. De uren die je bespaart in de generatiefase komen bijna twee keer zo vaak terug als herstelwerk, en herstelwerk aan een structuur is duurder dan de structuur meteen goed neerzetten.

Er zit ook een effect op de mensen zelf in. Het vertrouwen dat designers hebben in AI om toegankelijke uitkomsten te leveren bleef laag, met een gemiddelde van 3,60 op een schaal van vijf. Belangrijker: hun vertrouwen in hun eigen vermogen om die output te beoordelen zakte van 3,8 naar 3,2. De generator maakt niet alleen slechtere interfaces, hij maakt de beoordelaar ook onzekerder over wat hij ziet.

Wees eerlijk over de grenzen van deze bron. Het artikel staat achter een muur die wij niet konden passeren; wij hebben het abstract woordelijk geverifieerd via twee onafhankelijke wetenschappelijke indexen die exact dezelfde tekst teruggeven. Alle cijfers hierboven komen daaruit. Welke zes tools het waren staat er niet in, dus noemen wij ze niet. Welke vijf succescriteria precies zijn getoetst evenmin. Een vijfvoudige steekproef uit WCAG is geen volledige audit, en de conclusie "AI-tools maken ontoegankelijke interfaces" is dus preciezer geformuleerd als: op de criteria die het makkelijkst te controleren zijn, presteren ze het slechtst.

Dat is nog steeds een hard punt. Want als een machine faalt op de regels die een machine kan narekenen, ligt het probleem niet bij de complexiteit van de eis maar bij wat er wordt geoptimaliseerd. Een generator die op esthetiek is getraind, produceert wat er goed uitziet op het scherm van de trainer. Grijs op wit ziet er rustig uit. Het haalt alleen de contrastdrempel niet.

Waarom maakt "maak het toegankelijk" in de prompt het slechter?

Het onderzoek meldt het effect maar verklaart het niet, dus wij doen dat ook niet. Wat we wel kunnen doen is beschrijven wat we in ons eigen werk zien, want dit patroon herkennen we.

Een prompt is een verzoek om iets te produceren, geen specificatie om aan te toetsen. Als je "zorg dat dit toegankelijk is" toevoegt, vraag je een generator om een extra eigenschap in de output te verwerken die hij niet kan meten. Het resultaat is wat je zou verwachten van een systeem dat plausibiliteit optimaliseert: het levert de tekenen van toegankelijkheid. Meer ARIA-attributen. Een skip-link. Een alt-waarde die er is. Zichtbare signalen dat er aan gedacht is, zonder dat er iets is nagerekend.

Dat dit niet onschuldig is, meet WebAIM aan de andere kant van dezelfde pijplijn. Pagina's mét ARIA hadden in de meting van 2026 gemiddeld 59,1 fouten, pagina's zonder ARIA 42. Meer toegankelijkheidsmarkup gaat samen met méér barrières, niet minder. ARIA is een precisie-instrument dat kapot gaat als je het strooit.

Er zit nog een laag onder. Toegankelijkheid is voor het grootste deel een eigenschap van relaties tussen elementen, niet van elementen zelf. Of een contrast klopt hangt af van de achtergrond waar de tekst op landt. Of een label werkt hangt af van het veld waar het aan gekoppeld is. En of een focusvolgorde klopt, hangt af van de hele pagina. Een generator die component voor component redeneert, kan die relaties niet zien, hoe vaak je het woord toegankelijk ook in de opdracht zet.

Dit is precies waarom wij bij AI in het ontwerpproces de scheidslijn leggen bij evaluatie in plaats van bij generatie. Genereren mag. Wat er niet mag is dat de generator ook de beoordelaar is. Hetzelfde principe geldt bij AI-productvisualisatie: de output is bruikbaar op het moment dat er een controlelaag onder ligt die zegt wanneer hij niet bruikbaar is.

Wordt het web echt slechter, of voelt het alleen zo?

Het wordt slechter, en het is te meten. WebAIM scant elk jaar de homepages van de miljoen populairste websites. In de meting van februari 2026 had 95,9% van die homepages automatisch detecteerbare WCAG 2 A/AA-fouten, tegen 94,8% in 2025. WebAIM noemt dat zelf een omkering van een trend van zes jaar met kleine verbeteringen.

Het gemiddelde aantal fouten per pagina steeg met 10,1% naar 56,1. Van alle pagina-elementen op die miljoen homepages had 3,9% een gedetecteerde fout, oftewel een barrière op elk 26e element dat een gebruiker tegenkomt.

WebAIM doet ook een oorzaakanalyse, en die is voor dit artikel het interessantst. Het aantal elementen per homepage steeg naar 1437, een stijging van 22,5% in één jaar. Het aantal ARIA-attributen per pagina kwam boven de 133 uit, 27% meer dan een jaar eerder. Pagina's worden groter en technisch complexer in een tempo dat WebAIM zelf verontrustend noemt. En dan volgt de zin die dit artikel aan elkaar knoopt: deze verschuivingen weerspiegelen volgens WebAIM waarschijnlijk een bredere verandering in webontwikkeling, waaronder meer leunen op frameworks van derden en geautomatiseerde of AI-ondersteunde programmeerpraktijken, tussen aanhalingstekens "vibe coding".

Twee onafhankelijke metingen, twee kanten van dezelfde pijplijn. Aan de ontwerpkant een gecontroleerd experiment dat 29,0% meet. Aan de productiekant een veldmeting over een miljoen pagina's die de eerste verslechtering in zeven jaar laat zien en zelf naar dezelfde oorzaak wijst.

Nederland doet het relatief goed en nog steeds slecht. Domeinen op .nl kwamen uit op 45,5 fouten per homepage over 12.660 gemeten pagina's, 18,9% onder het gemiddelde. Bovengemiddeld betekent hier dus 45 barrières op je voorpagina.

Welke zes fouttypes zijn 96% van het probleem?

Hier zit het goede nieuws, en het is concreet genoeg om er een sprint van te maken. Zes fouttypes zijn samen 96% van alle gedetecteerde fouten, en het zijn volgens WebAIM al zeven jaar dezelfde zes. Dat betekent dat het probleem niet diffuus is. Het is een korte lijst die je kunt afwerken.

Fouttype Aandeel homepages (WebAIM Million 2026) Waar het zit Oplosbaar in
Laag tekstcontrast 83,9% Knoppen, labels, prijzen, kleine tekst op afbeeldingen Themalaag, kleurtokens
Ontbrekende alt-tekst 53,1% Productfoto's, banners, iconen Contentlaag, themalaag
Ontbrekende formulierlabels 51% Filters, zoekveld, nieuwsbrief, checkout Themalaag, apps
Lege links 46,3% Icoonlinks, logolink, sociale iconen Themalaag
Lege buttons 30,6% Winkelwagenknop, sluitkruisjes, carrousels Themalaag
Ontbrekende documenttaal 13,5% Eén attribuut op de html-tag Themalaag, één regel

Kijk naar de laatste kolom. Alle zes zitten in de laag waar een bureau bij kan zonder je webshop opnieuw te bouwen. De ontbrekende taalinstelling van het document is letterlijk één attribuut, en toch mist 13,5% van het web hem. Dat is geen technisch probleem maar een aandachtsprobleem.

Voor webshops is de opslag bovenop het gemiddelde stevig. WebAIM mat over 42.516 Shopify-homepages gemiddeld 75,1 fouten, 33,9% méér dan het gemiddelde van het hele meetveld. Magento kwam uit op 75,8, Prestashop op 143,2. De categorie Shopping als geheel zat op 71,0, 26,6% méér dan het gemiddelde.

Dat is geen aanval op Shopify. Wij bouwen erop en blijven dat doen, en welk platform bij welk merk past bespreken we in ons artikel over Shopify tegenover WooCommerce. Het is een uitspraak over wat er standaard bovenop komt: een thema uit de winkel, acht apps die elk hun eigen markup injecteren, en een banner die er op donderdagmiddag even snel bij is gezet. Elke laag voegt elementen toe, en elk toegevoegd element is een kans op een fout.

Waarom lost een toegankelijkheidswidget dit niet op?

Omdat een widget de fouten uit de tabel hierboven niet aanraakt, en omdat de partijen die het meeste bewijs hebben verzameld daar alle drie hetzelfde over zeggen.

Het juridische bewijs komt uit de Verenigde Staten en dat hoort er expliciet bij. UsableNet houdt Amerikaanse ADA-zaken bij en telde in de eerste helft van 2026 831 zaken tegen bedrijven die al een toegankelijkheidswidget op hun site hadden staan, verdeeld over de maanden januari tot en met een deelmaand juni. Voor heel 2026 projecteert UsableNet ongeveer zesduizend zaken. Bedrijven met minder dan vijftig miljoen dollar omzet vormden ruim twee derde van de gedaagden, dus dit raakt het middenbedrijf en niet alleen de grote namen. UsableNet schrijft in het rapport zelf dat de aanwezigheid van een widget op zichzelf geen rechtszaak voorkomt en niet aantoont dat een website toegankelijk is.

Die cijfers zijn Amerikaans en kun je niet overzetten naar Nederland. De Europese parallel is de European Accessibility Act, die sinds 28 juni 2025 van kracht is en waarover je bij ons het wettelijke overzicht vindt. Wat het aantal Europese of Nederlandse procedures is, weten wij niet, dus claimen we het niet. Per september 2026 zijn er publiek geen boetebesluiten van de ACM over dit onderwerp bekend.

Het vakoordeel is ouder maar eenduidig. In de derde enquête onder vakmensen van WebAIM, uitgevoerd in januari 2021 onder 758 respondenten, noemde 67% overlays weinig tot niet effectief. Onder respondenten die zelf een beperking hebben was dat 72%, en slechts 2,4% noemde ze zeer effectief. Dat cijfer is uit 2021 en we noemen dat jaartal er altijd bij.

Het derde bewijs is consensus. De Overlay Fact Sheet is inmiddels ondertekend door meer dan duizend mensen, onder wie medeauteurs van de WCAG-, ARIA- en HTML-specificaties en code-contributors aan de schermlezers JAWS en NVDA. Hun kernstelling: geen enkel overlayproduct op de markt kan een website volledig laten voldoen aan een bestaande toegankelijkheidsnorm en kan daarom het juridische risico niet wegnemen.

De widget verkoopt gemoedsrust. Dat is precies wat je kwijt bent op het moment dat er iemand aanklopt.

Waar zit de blinde vlek bij Nederlandse webshops?

Bij de standaardcomponenten waar bijna iedereen op bouwt en die bijna niemand heeft gecontroleerd. Dat komt uit onderzoek dat Motivaction in opdracht van de ACM uitvoerde, met rapportdatum 16 december 2025 en publicatie op 24 maart 2026.

Eerst de methodologie, want die hoort erbij. De vragenlijst is ingevuld door 108 personen, van wie er 63 binnen de doelgroep bleken te vallen: Nederlandse webshops exclusief micro-ondernemingen. Alleen over die 63 is gerapporteerd. Het veldwerk liep van 13 tot en met 30 mei 2025 en de deelnemers zijn geworven via brancheorganisaties. Dat is indicatief en niet representatief. Het is tegelijk de enige landelijke meting die bestaat, en hij komt van de toezichthouder zelf.

Van de respondenten die het ontwerp deels of geheel zelf doen, gebruikt 53% standaardelementen van bedrijven zoals Shopify, WooCommerce en Magento. Van de groep die met toegankelijkheid bezig is geweest, heeft 30% ooit gecontroleerd of die standaardelementen toegankelijk zijn. En 16% heeft beleid gemaakt dat ervoor zorgt dat de webshop toegankelijk blíjft.

Leg dat naast de WebAIM-meting en het gat is het verhaal. Meer dan de helft bouwt op platformcomponenten, minder dan een derde heeft die ooit getoetst, en het meest geciteerde toegankelijkheidsonderzoek ter wereld meet dat juist die basis een derde slechter scoort dan het gemiddelde web.

Op uitvoering is het beeld hetzelfde. Slechts 13% van de respondenten had volledige toetsenbordbediening van de webshop geïmplementeerd. Dat is exact het punt waar de checkout op stukloopt, en checkout is de plek waar je het duurst betaalt voor een fout. Wij hebben de anatomie daarvan uitgewerkt in ons artikel over checkout-optimalisatie langs 32 punten.

Eén ding claimen we hier niet. Er bestaat geen Nederlands onderzoek dat meet wat toegankelijkheid oplevert aan omzet. Sterker: in datzelfde ACM-onderzoek is op de stelling dat toegankelijk maken meer omzet oplevert 3% het helemaal eens en 11% mee eens. Wie je vertelt dat toegankelijkheid zichzelf terugverdient, verkoopt je een cijfer dat niet bestaat. De redenen om het te doen zijn dat het moet, dat het meetbaar is, en dat het je shop bruikbaarder maakt voor iedereen. Dat is genoeg.

Wat doe je in plaats van een widget?

Je zet de evaluatie vóór de generatie in plaats van erna. Concreet betekent dat vier dingen, en ze zijn alle vier in te voeren zonder je stack te veranderen.

Eén: leg de vier waarden vast voordat er iets gegenereerd wordt. Contrastverhoudingen per kleurenpaar, focusstijl, minimale raakoppervlakte en de koppenstructuur. Dit zijn ontwerpbeslissingen, geen technische instellingen, en ze horen in het merksysteem thuis. Een generator die tokens krijgt aangeleverd waarin het contrast al klopt, kan die verhouding niet verzinnen. Een generator die zelf kleuren mag kiezen, doet dat op esthetiek. Hoe wij een merksysteem zo opbouwen dat het machinaal te gebruiken is, staat in ons artikel over het merksysteem in het AI-tijdperk.

Twee: haal de zes fouttypes binnen in je “definition of done”. Niet als aanbeveling maar als opleveringsvoorwaarde. Contrast, alt-teksten, formulierlabels, gevulde links, gevulde buttons en de taalinstelling. Een geautomatiseerde scan pakt deze zes en ze zijn samen 96% van de fouten. Dat is een controle van minuten die je aan elke build kunt hangen.

Drie: toets met het toetsenbord, niet met de scanner. Sluit je muis af en probeer één product te kopen. Van de zoekbalk naar het filter, naar de productpagina, naar de variantkeuze, naar de winkelwagen, naar het bezorgadres, naar betalen. Zie je op elk moment waar je bent, en kom je erdoorheen? Dit kost een half uur en het vindt precies de fouten die geen enkele automatische scanner ziet, want een scanner controleert markup en niet volgorde.

Vier: zet de laatste beoordeling bij een mens. Dit is waar het W4A-onderzoek het scherpst wordt: het zelfvertrouwen van designers in hun eigen beoordeling zakte na het werken met AI. Dat betekent dat de controlestap juist harder moet worden naarmate je meer genereert, niet zachter. Het patroon dat we bij het laatste stuk van een AI-gebouwde webshop beschrijven, is hier hetzelfde: de eerste tachtig procent gaat sneller dan ooit, en de laatste twintig procent is het werk.

Wat je hiermee koopt, is niet alleen naleving. Het is dezelfde winst als bij snelheid en helderheid: minder mensen die vastlopen op een scherm dat niet meewerkt. Dat verband beschrijven we in ons stuk over waarom een webshop niet converteert, en het is de reden dat wij toegankelijkheid als ontwerpvraag behandelen en niet als nalevingsvraag.

Hoe wij dit bij Oase Creative aanpakken

Wij gebruiken AI in ons werk, dagelijks, en dat blijft zo. Wat wij niet doen is de generator ook laten oordelen over zijn eigen output. In zes jaar en meer dan 500 opgeleverde projecten is dat de enige regel die overeind is gebleven door elke technologiegolf heen: het creatieve idee en het eindoordeel komen van een mens, de uitvoering mag van een machine komen.

Praktisch vertaalt dat zich in hoe wij een webshop of website opleveren. De kleurtokens komen uit het merksysteem en zijn op contrast doorgerekend voordat er een scherm bestaat. De zes fouttypes staan in de oplevercheck. Daarna wordt de route met het toetsenbord door de kassa met de hand gelopen, elke keer, ook als de scanner groen is. En bij shops in beheer is dat geen eenmalige actie maar een terugkerende controle, want een webshop die vandaag klopt heeft over drie maanden vier nieuwe apps.

Dat laatste punt is precies waar de ACM-cijfers naar wijzen. Zestien procent van de ondervraagde webshops heeft beleid gemaakt om toegankelijk te blijven. Het verschil tussen een project en een proces is in dit dossier het verschil tussen eenmalig voldoen en blijven voldoen. Een toets die één keer per jaar draait, meet het jaar dat al voorbij is.

Wil je weten waar jouw shop staat, dan is de eerste stap klein: laat de zes fouttypes scannen en loop de checkout één keer zonder muis. Dat levert binnen een dag een lijst op die je kunt afwerken. Wil je dat wij dat doen, kijk dan bij webdesign en development.

Veelgestelde vragen

Hoe toegankelijk zijn interfaces die door AI-tools worden gegenereerd? Slecht. In het W4A-onderzoek van april 2026 haalden AI-gegenereerde interfaces 29,0% van de gemeten WCAG-succescriteria, met kleurcontrast op 26,8% en het criterium over gebruik van kleur op 19,2%. De basis was 21.880 losse beoordelingen van werk van 54 designers.

Helpt het om in je prompt te zetten dat het ontwerp toegankelijk moet zijn? Nee. Het onderzoek meldt dat het expliciet benoemen van toegankelijkheidseisen in de prompt de compliance verlaagde in plaats van verhoogde. Toets na de generatie in plaats van te vragen tijdens de generatie.

Wordt het web echt slechter op toegankelijkheid? Ja. WebAIM vond in februari 2026 op 95,9% van de miljoen populairste homepages automatisch detecteerbare WCAG-fouten, tegen 94,8% in 2025. Het gemiddelde aantal fouten per pagina steeg met 10,1% naar 56,1.

Lost een toegankelijkheidswidget dit op? Nee. UsableNet telde in de eerste helft van 2026 831 Amerikaanse ADA-zaken tegen bedrijven die al een widget hadden. In de WebAIM-enquête van januari 2021 noemde 67% van de vakmensen overlays weinig tot niet effectief.

Welke fouten pak ik als eerste aan? De zes die samen 96% van alle gedetecteerde fouten vormen: laag tekstcontrast, ontbrekende alt-teksten, ontbrekende formulierlabels, lege links, lege buttons en een ontbrekende documenttaal. Alle zes zijn in de themalaag op te lossen.

Is mijn Shopify-thema per definitie ontoegankelijk? Niet per definitie. Wel mat WebAIM over 42.516 Shopify-homepages gemiddeld 75,1 fouten per pagina, 33,9% méér dan het gemiddelde. Dat komt zelden door het platform en bijna altijd door de stapel thema, apps en losse aanpassingen eroverheen.

Louie Valkhof
Louie ValkhofFounder & Art Director, Oase Creative
Kennisbank

Veelgestelde vragen

Hulp nodig bij de uitvoering?

Van strategie tot productie. Vertel over je project en we denken vrijblijvend mee.

Reactie binnen 24 uur.
Project starten?